Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the preliminary investigations judge in the Court of Cagliari(Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[BRP-adres] ,
1.Procesgang
De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M. Smid, advocaat te Hoogeveen en door een tolk in de Italiaanse taal.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Italiaanse nationaliteit heeft.
3.Grondslag en inhoud van het EAB
‘precautionary custody in prison’, uitgevaardigd op 14 mei 2019.
Referentienummer: PROC. 8216/16 R.G.N.R. DDA7891/18 R.G. G.I.P.
4.Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
5.Onschuldverweer
25 april 2017 tot 6 mei 2017 met zijn levenspartner in Italië en op Sardinië is geweest om zich te oriënteren op producten voor hun pizzeria in Groningen en producten daarvoor in te kopen, maar niet in Italië is geweest op de data die als feitsdata staan vermeld in het EAB. De opgeëiste persoon beweert dat hij in 2018 helemaal niet in Italië is geweest.
De opgeëiste persoon heeft boottickets overgelegd waaruit de reisdata in het voorjaar van 2017 blijken en aankoopbonnen van producten, bestemd voor de pizzeria. De woorden ‘wijn’, ‘worst’ en ‘kaas’ hebben betrekking op daadwerkelijk die producten en zijn geen codewoorden voor verdovende middelen, aldus de raadsvrouw namens de opgeëiste persoon. De raadsvrouw heeft verzocht de overlevering te weigeren.
medeplegen van, dan wel medeplichtigheid aaninternationale drugstransporten en dat de fysieke aanwezigheid van de opgeëiste persoon op plaats en tijd als genoemd in het EAB daarbij niet vereist is.
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
6, vijfde lid, OLW zijn voldaan aan drie vereisten, te weten:
Op basis van de door de raadsvrouw overgelegde stukken moet worden geconcludeerd dat de opgeëiste persoon over een duurzaam verblijfsrecht beschikt.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aangetoond dat de opgeëiste persoon gedurende vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Nederland heeft verbleven.
De rechtbank stelt vast dat uit de brief kan worden opgemaakt dat ten aanzien van de opgeëiste persoon
nietde verwachting bestaat dat hij zijn recht van verblijf in Nederland niet zal verliezen ten gevolge van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.
De opgeëiste persoon kan zijn verblijfsrecht in Nederland verliezen bij een veroordeling door een Italiaanse rechter voor de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, gelet op zijn strafblad en de zwaarte van de Italiaanse verdenking.
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW
In die situatie staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW de overlevering niet toe.
- de drugs werden ingevoerd in Italië;
- hierdoor is de Italiaanse rechtsorde geschokt;
- medeverdachten worden ook in Italië berecht;
- Italië heeft door middel van het uitvaardigen van het EAB aangegeven te willen vervolgen.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the preliminary investigations judge in the Court of Cagliari(Italië)