ECLI:NL:RBAMS:2019:7985

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2019
Publicatiedatum
28 oktober 2019
Zaaknummer
7889915 CV EXPL 19-14734
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 RvArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing dagvaarding consumentenkoop

Eisende partij heeft bij dagvaarding gevorderd dat gedaagde, een consument, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 203,01. Gedaagde is niet verschenen en heeft niet gereageerd, waardoor verstek is verleend.

De dagvaarding voldeed echter niet aan de formele eisen van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv en artikel 21 Rv Pro, omdat niet volledig en naar waarheid de voor de beslissing van belang zijnde feiten waren aangevoerd. Zo ontbrak onder meer een onderbouwing dat aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen was voldaan en waren de overeenkomst en algemene voorwaarden niet overgelegd.

Eisende partij kreeg bij tussenvonnis de gelegenheid om dit te herstellen door een informatieformulier in te vullen en aanvullende stukken te overleggen. De ingediende akte en producties bleken echter onvoldoende om aan de wettelijke vereisten te voldoen.

De kantonrechter oordeelde daarom dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en wees deze af. Eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de dagvaarding.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
verstek
Afdeling privaatrecht CV
zaaknummer: 7889915 CV EXPL 19-14734
kenmerk: 19.11052
vonnis van: 21 oktober 2019
doc: Vvs

vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

de rechtspersoon naar buitenlands recht Zalando SE

wonende te / gevestigd te Berlijn, Duitsland
eisende partij
gemachtigde: R. Slagman
t e g e n

[gedaagde]

wonende te / gevestigd te [postcode] [woonplaats] , [adres]
gedaagde partij
niet verschenen.

Verloop van de procedureBij exploot van dagvaarding van 27 juni 2019 heeft eisende partij gevorderd dat gedaagde partij zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 203,01 met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.

Gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.
Gedaagde partij is consument, althans wordt vermoed consument te zijn.
Bij tussenvonnis van 26 augustus 2019 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen, dit ingevulde formulier en de daarin aangeven stukken in het geding te brengen en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren.
Eisende partij heeft op 5 september 2019 een akte ingediend.
Gedaagde partij heeft niet gereageerd.
Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

Gronden van de beslissingEisende partij vordert betaling van € 159,95 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.

Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
Daaraan voldoet deze dagvaarding niet.
Eisende partij stelt bij dagvaarding slechts – kort weergegeven – dat Zalando een detailhandel is, waarbij klanten via internet bestellingen kunnen plaatsen. De klant moet een account aanmaken waarbij de klant onder meer moet aangeven dat hij/zij akkoord gaat met de algemene voorwaarden. Eisende partij biedt aan op eerste verzoek een exemplaar van de algemene voorwaarden over te leggen. Verder citeert eisende partij artikel 6 “Herroepingsrecht” van de algemene voorwaarden en biedt zij aan op eerste verzoek een exemplaar van de algemene voorwaarden over te leggen. Zij legt een kopie van een factuur over.
Bij dagvaarding is niet gesteld en is ook niet gebleken dat, en zo ja op welke wijze, aan de wettelijke (pre) contractuele informatieverplichtingen ter zake van de aan de vordering ten grondslag liggende online koopovereenkomst is voldaan. De overeenkomst en de algemene voorwaarden zijn ook niet overgelegd.
Eisende partij is vervolgens in de gelegenheid gesteld haar vordering alsnog te onderbouwen met alle voor de beslissing van belang zijnde feiten door invulling van het aan haar verstrekte formulier, waar nodig de vragen toe te lichten en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen.
Eisende partij heeft de vragen vermeld in het formulier met ja/nee beantwoord en verwezen naar hetgeen is gesteld en geciteerd bij dagvaarding. Als productie is de dagvaarding en een exemplaar van de algemene voorwaarden overgelegd.
Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet ook deze toelichting en de overgelegde producties van eisende partij niet aan de voorschriften van de artikelen 21 Rv en 111 Rv. De vordering wordt daarom als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
Mitsdien wordt beslist als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt eisende partij in de proceskosten die aan de zijde van gedaagde partij tot op heden begroot worden op nihil.
Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier
De kantonrechter