Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De inhoud van de vordering
2.De procesgang
- voornoemd arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2018;
- genoemde beslissing van de rechtbank van 20 december 2018;
- een advies van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam van 10 januari 2019;
- een vordering tot voorlopige verpleging (art. 509i Sv) van 10 januari 2019;
- een bevel tot voorlopige (hervatting) verpleging van 11 januari 2019;
- een pro Justitia rapportage van psychiater M. Van Berkel van 14 januari 2019;
- een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 januari 2019;
- een aanvullend advies van GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam van 22 januari 2019.
3.De beoordeling
27 september 2018zijn aan de terbeschikkinggestelde de volgende voorwaarden gesteld:
20 december 2018beslist dat de TBS met voorwaarden dient te worden voortgezet om een klinische behandeling mogelijk te maken. De vordering tot verpleging van overheidswege is afgewezen en de voorwaarden zijn als volgt gewijzigd:
3 januari 2019, is sprake geweest van een moeizame samenwerking tussen betrokkene, medepatiënten en personeel in [naam instelling 1] , waarbij al snel een strijd ontstond over regels en omgangsvormen. Betrokkene komt erg dwingend over, is nauwelijks in staat tot samenwerking, houdt zich niet aan de regels en is daar niet of nauwelijks op aanspreekbaar.
7 januari 2019heeft de behandelaar vanwege de voortdurende oplopende spanningen aan de reclassering te kennen gegeven dat hij zijn twijfels had of betrokkene te handhaven was binnen de [naam instelling 1] . Hij is snel gekrenkt, accepteert geen inperking van zijn autonomie, is niet bereid zich te laten aanspreken door de begeleiders in de kliniek en weigert in eerste instantie de noodzakelijke antipsychotica in te nemen. Hierop heeft in de kliniek met betrokkene en het behandelteam een gesprek plaatsgevonden, waarbij de grenzen van de mogelijkheden van de kliniek zijn aangegeven en nieuwe samenwerkingsafspraken zijn gemaakt.
8 januari 2019was de situatie ongewijzigd: zodra hij enige inperking ervaart en zodra hij ook maar ergens op wordt aangesproken, escaleert de situatie snel. Er heeft zich ook een incident voorgedaan rondom de afgifte van een urinecontrole. Hierdoor was in de visie van de behandelaar sprake van een in toenemende mate onwerkbare behandelrelatie.
9 januari 2019werd duidelijk dat er in de avond van 8 januari 2019, tijdens een kennismaking met een aantal teamleden, een agressie-incident had voorgedaan, waarbij een van de medewerkers van de kliniek vanwege een gevaarlijke situatie zich genoodzaakt zag van de noodbel gebruik te maken voor de nodige assistentie. Volgens het behandelteam was in de afgelopen dagen sprake van een keten van conflicten en incidenten, waarbij betrokkene voortdurend de strijd aanging, provocerend gedrag vertoonde en zijn boosheid snel opvlamde. Er was sprake van een voortdurende herhaling van onaangepast gedrag waarbij betrokkene niet aanspreekbaar was en hij zou seksueel getinte en grensoverschrijdende opmerkingen richting personeel en medepatiënten hebben gemaakt.
- De constatering dat betrokkene zijn behandeling binnen de [naam instelling 1] na een verblijf van minder dan één week niet langer kon voortzetten in verband met het veiligheidsrisico, de kans op recidive, de onwerkbare behandelrelatie en het grensoverschrijdende en groepsontwrichtende gedrag van betrokkene;
- De inschatting van psychiater Van Berkel die aangeeft zich te kunnen vinden in een omzetting van de TBS met voorwaarden naar de TBS met dwangverpleging;
- De conclusie van de IFZ dat er geen indicatie is af te geven voor plaatsing in een FPA of een FPK omdat er in het verleden onvoldoende behandelontwikkelingen hebben plaatsgevonden die het verantwoord maken om betrokkene te plaatsen in een minder beveiligde setting dan een FPC-setting;
- De gebleken onmogelijkheid van betrokkene om zich in het kader van een TBS met voorwaarden te houden aan de gestelde voorwaarden.
4.Beslissing
[naam terbeschikkinggestelde]alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.