ECLI:NL:RBAMS:2019:8170
Rechtbank Amsterdam
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beslissing over beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak tussen eiser en de burgemeester van Amsterdam heeft de rechtbank Amsterdam op 29 oktober 2019 een beslissing genomen over de beperkte kennisneming van zes stukken die door verweerder als vertrouwelijk zijn aangemerkt.
Verweerder heeft de rechtbank een gesloten envelop met zes stukken overhandigd die persoonsgegevens bevatten, waaronder namen van personen die aangiftes hebben gedaan. Verweerder vreest dat eiser bij deze personen verhaal zal gaan halen, wat ook in het verleden is voorgekomen. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen en de rechtbank om over dezelfde en volledige informatie te beschikken en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden.
De rechtbank oordeelt dat de stukken zodanig vertrouwelijke informatie bevatten dat slechts de rechter en griffier kennis mogen nemen van deze stukken. De beperking van de kennisneming wordt gerechtvaardigd geacht vanwege gewichtige redenen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen.
De beslissing is genomen door rechter E.J. Otten en griffier M.S. Boomhouwer. Tegen deze beslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank besluit dat de beperking van kennisneming van zes vertrouwelijke stukken gerechtvaardigd is vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer.