ECLI:NL:RBAMS:2019:8416
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om opvang op grond van Wmo en noodopvang wegens zelfredzaamheid
Verzoekster, een Marokkaanse vrouw met Nederlandse kinderen, vroeg opvang aan bij de gemeente Amsterdam na haar scheiding en het verlies van woonruimte. De gemeente weigerde opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en noodopvang, omdat uit een GGD-onderzoek bleek dat verzoekster voldoende zelfredzaam is en haar hulpvraag vooral een huisvestingsprobleem betreft.
Verzoekster betoogde dat zij en haar kinderen kwetsbaar zijn en dat de gemeente verplicht is hen op te vangen, onder verwijzing naar jurisprudentie en rapporten over de toename van noodopvangvraag. De voorzieningenrechter oordeelde dat de Wmo opvang alleen geldt voor mensen die niet zelfredzaam zijn en dat verzoekster niet tot die doelgroep behoort.
Daarnaast is noodopvang per definitie tijdelijk en bedoeld om in die periode zelf opvang te regelen. Verzoekster heeft twee maal gebruik gemaakt van noodopvang en had voldoende gelegenheid om zelf onderdak te zoeken. De rechtbank volgde het standpunt van de gemeente dat verzoekster zelf verantwoordelijk is voor het vinden van woonruimte, ook buiten Amsterdam.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de bezwaren van verzoekster geen redelijke kans van slagen hebben en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om opvang af omdat verzoekster voldoende zelfredzaam is en noodopvang tijdelijk is bedoeld om zelf onderdak te regelen.