Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser 1] en [eiser 2] , te Amsterdam, eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder
[erfgenaam 1] en [erfgenaam 2], erven van [naam] (vergunninghouder), te Amsterdam.
Rechtbank Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het aanbrengen van een extra toegang tot een benedenwoning. Eisers stelden dat deze vergunning hun privacy, huurgenot en gehuurde oppervlakte zou verminderen en mogelijk tot geluidsoverlast zou leiden.
De rechtbank stelde vast dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat geen van de limitatief opgesomde weigeringsgronden in artikel 2.10 van de Wabo zich voordeed. De belangen van eisers vallen niet onder deze weigeringsgronden, waardoor het college verplicht was de vergunning te verlenen.
Verder gaf de rechtbank aan dat eventuele privaatrechtelijke geschillen over huurgenot en woonoppervlak door de burgerlijke rechter moeten worden beoordeeld. Omdat de schending van deze belangen niet was aangetoond, werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen vergoeding van griffierecht toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.