ECLI:NL:RVS:2020:1981
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor extra toegang benedenwoning ondanks bezwaren huurders
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 1 februari 2018 een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van een extra toegang tot de benedenwoning in een pand te Amsterdam. De bewoners van de bovenwoning, appellanten, maakten bezwaar tegen het bouwplan vanwege vermeende vermindering van woongenot, geluidsoverlast en aantasting van privacy. De rechtbank verklaarde het bezwaar en het daarop volgende beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan en dat geen weigeringsgronden uit artikel 2.10 van de Wabo zich voordoen. De belangen van appellanten als huurders, zoals privacy en woongenot, vallen niet onder deze limitatief opgesomde weigeringsgronden en kunnen daarom niet worden meegewogen bij de vergunningverlening.
De Afdeling benadrukte dat de genoemde huurdersbelangen mogelijk relevant zijn in een civiele procedure, maar niet in de bestuursrechtelijke toetsing van het omgevingsvergunningsbesluit. Ook de kosten van het bouwproject vallen niet onder de weigeringsgronden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.