ECLI:NL:RBAMS:2019:8728
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omzettingsvergunning wegens onvoldoende motivering en toetsing leefbaarheid
De rechtbank Amsterdam heeft op 21 november 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een bewonersvereniging beroep instelde tegen de door de gemeente verleende omzettingsvergunning voor een woning in Amsterdam. De vergunning maakte omzetting mogelijk van een zelfstandige woning naar maximaal vier onzelfstandige woonruimten.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente haar besluit onvoldoende had gemotiveerd. Er was sprake van woningvorming omdat nieuwe kamers waren gecreëerd die kleiner waren dan de vereiste 12 vierkante meter, terwijl de gemeente deze eis niet had toegepast. Daarnaast had de gemeente vooraf niet getoetst wat de gevolgen van de omzetting waren voor de leefbaarheid van de wijk, terwijl dit volgens de Huisvestingsverordening wel vereist is.
De rechtbank stelde vast dat de omzettingsvergunning slechts voor maximaal drie kamers had mogen worden verleend, omdat één nieuw gemaakte kamer kleiner was dan 12 m2. Ook vond de rechtbank dat de gemeente de effecten op de leefbaarheid vooraf concreet had moeten beoordelen en niet alleen achteraf via voorwaarden en intrekking.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de gemeente zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij zij de motiverings- en toetsingsgebreken moet herstellen. De gemeente werd tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en verletkosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omzettingsvergunning en draagt de gemeente op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.