Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
17 december 2020 overgelegd en een aanvullend rapport van [bedrijf] van 3 mei 2021.
20 december 2019 toen de Huisvestingsverordening 2016 nog van toepassing was. De Huisvestingsverordening 2016 is per 1 januari 2020 vervallen. Vanaf 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020, die sindsdien diverse malen is gewijzigd. Het college heeft de omzettingsvergunning verleend op 13 februari 2020. Op die datum was de Huisvestingsverordening 2020 van toepassing, zoals die gold van 1 januari 2020 tot
1 juli 2020. Het bestreden besluit is van 30 maart 2021. Op die datum was de Huisvestingsverordening 2020 van toepassing, zoals die gold van 1 januari 2021 tot
1 april 2021. In deze versie van de Huisvestingsverordening staat het overgangsrecht in artikel 5.1, derde lid. In dat artikel staat dat aanvragen van vergunningen, urgentieverklaringen en andere besluiten worden beoordeeld op grond van de Huisvestingsverordening zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag met uitzondering van artikel 3.1.1. In artikel 3.1.1, eerste lid, zijn alle woonruimten in de gemeente Amsterdam aangewezen als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, c en d van de Huisvestingswet. In het derde lid van artikel 3.1.1 is onder andere bepaald dat het verboden is om woonruimte zonder vergunning van het college van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte(n) om te zetten.
Alleen ten aanzien van het werkingsgebied als bedoeld in artikel 3.1.1. geldt voorgaande niet, [9] en is sprake van een ex nunc-toetsing met betrekking tot aanvragen van vergunningen, urgentieverklaringen en andere besluiten.”