ECLI:NL:RBAMS:2019:8899
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring sociale huurwoning wegens onvoldoende medische urgentie
Eiser, een alleenstaande huurder van een kamer in Amsterdam, vroeg op 29 augustus 2018 bij de gemeente Amsterdam een urgentieverklaring aan voor een sociale huurwoning vanwege medische en sociale omstandigheden. De GGD-arts adviseerde op 22 oktober 2018 dat de medische problemen van eiser niet ernstig genoeg waren voor een urgentieverklaring. De gemeente wees de aanvraag op 30 oktober 2018 af.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat op 12 februari 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Amsterdam. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 oktober 2019 waren eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de gemeente aanwezig.
De rechtbank overwoog dat de schaarste aan woonruimte in Amsterdam strenge regels voor urgentie rechtvaardigt. Het GGD-advies was helder en inzichtelijk en toonde psychische en cardiologische klachten die niet levensontwrichtend zijn. De situatie van eiser, die een slechte relatie heeft met zijn hospita, is niet zodanig ernstig dat de gemeente verantwoordelijk is voor een nieuwe woning.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser blijft zelf verantwoordelijk voor het zoeken van nieuwe woonruimte, eventueel met hulp van maatschappelijke instanties.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.