Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap Nationaal Grondbezit B.V.
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- akte van depot van Nationaal Grondbezit;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
- De akte na comparitie en de akte houdende depot ter griffie van Nationaal Grondbezit, met producties;
- De akte na comparitie waarin [gedaagde] daarop heeft gereageerd.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Huurder zal het gehuurde als een goed huisvader en overeenkomstig de aangegeven bestemming gebruiken (…) Huurder is verplicht er voor zorg te dragen, dat hij noch zijn huisgenoten overlast aan gebruikers van het onderhavige perceel c.q. de naburige percelen zal/zullen aandoen.”
Zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van verhuurder mag huurder het gehuurde noch het geheel, noch gedeeltelijk door derden laten gebruiken, of aan derden in onderhuur afstaan. Met name mag hij ook, zonder zodanige schriftelijke toestemming, geen andere personen bij zich doen inwonen, dan die rechtstreeks tot zijn gezin behoren, e.e.a. op straffe van een geldboete van f 100,-- per dag voor elke overtreding, onverminderd verhuurders overige rechten.”
“
Uit de verklaringen van omwonenden en de politie kan worden afgeleid dat [gedaagde] in een eerdere periode derden in zijn huis heeft genomen en dat dit tot overlast voor omwonenden heeft geleid. Aldus heeft hij gehandeld in strijd met de bepalingen uit de huurovereenkomst. Op zichzelf is de stelling van Nationaal Grondbezit juist dat een tekortkoming uit het verleden niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Nu echter niet is gebleken dat [gedaagde] na januari 2014 nog derden in het gehuurde laat verblijven en gelet op de duur van de onderhavige huurovereenkomst, is dit voor de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontbinding van de overeenkomst en ontruiming van het gehuurde op die grond af te wijzen”
Vordering en verweer
a) de tussen Nationaal Grondbezit en [gedaagde] bestaande huurovereenkomst met betrekking
Beoordeling
eigenaar van het pand’. In die brief wordt medegedeeld dat ‘
volgens afspraak maandag jl.’ deze kan verwachten dat ‘…
de zolder c.q. overloop netjes is op deze vrijdag’, dat er ‘
vanuit dhr [gedaagde]’ een opening is om de toekomst te bespreken, en dat ‘
hr [gedaagde] ’graag een uitkoopsom wil bespreken. De brief is ondertekend met ‘
[gedaagde] ’. Volgens Nationaal Grondbezit is het betreffende briefje op 2 november 2018 gevonden door de vader van een van de huurders van nummer [huisnummer] , die van dat briefje een foto heeft gemaakt en deze heeft verzonden aan Nationaal Grondbezit. Een dergelijk briefje zal alleen worden geschreven door, althans in overleg en namens [gedaagde] . Gelet op de vele bakken en vazen met urine moet de betrokken persoon al enige tijd in de betreffende kamer hebben verbleven. Uit al deze feiten en omstandigheden blijkt dat de betrokken persoon door toedoen, met medeweten en met goedvinden van [gedaagde] in de betreffende kamer verbleef, aldus – steeds – Nationaal Grondbezit.
Dus u verzorgt de heer [gedaagde]?” en dat de betrokkene toen heeft geantwoord “
Ik verzorg de heer [gedaagde] ja.” Dat is iets anders dan dat de betrokkene zich uit eigen beweging heeft beroepen op een afspraak met of goedkeuring van [gedaagde] . Uit de video-opname blijkt dat de betrokkene zich in het geheel niet beroept op enig recht of afspraak. In tegendeel, hij heeft zich direct akkoord verklaard met een vertrek uit de kamer. Voorts had het ook voor de hand gelegen dat Nationaal Grondbezit aan de betrokkene had gevraagd waarom hij – kennelijk reeds gedurende enige tijd – heeft geürineerd in vazen en bakken in plaats van in het toilet van [gedaagde] , wat aanzienlijk meer voor de hand had gelegen indien het juist was dat hij [gedaagde] verzorgde. Evenzeer had het voor de hand gelegen dat Nationaal Grondbezit de juistheid van de verklaring van de betrokkene zou hebben onderzocht door [gedaagde] om commentaar daarop te vragen.
een ontzettend harde beuk tegen de deur’hoorden, en verder: “
Wij hoorden [gedaagde] vaag schreeuwen”. Na enige tijd zijn zij gaan kijken en concludeerden zij dat de deur was “…
toegetakeld met vermoedelijk een hamer”. Daarnaast verklaren de huurders van de derde etage dat zij (geluids)overlast (door schreeuwen in de nacht) van [gedaagde] ondervinden.