ECLI:NL:RBAMS:2019:9225
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit en voorbereiding van heroïne en cocaïne
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van bezit van 568 gram heroïne en voorbereidingshandelingen voor het bewerken van cocaïne door bezit van telefoons en versnijdingsmiddelen.
Tijdens een inval in een woning in Amsterdam werden heroïne, versnijdingsmiddelen en telefoons gevonden. Verdachte verbleef kort in de woning en ontkende kennis van de drugs en versnijdingsmiddelen. De officier van justitie stelde dat verdachte voorwaardelijke opzet had en de drugs binnen zijn machtssfeer lagen.
De verdediging betoogde dat de heroïne niet open en bloot lag en verdachte geen wetenschap had van de drugs. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wetenschap had van de heroïne in de wasmand of beschikkingsmacht over de versnijdingsmiddelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor bezit van heroïne en voorbereidingshandelingen met cocaïne.