Op 3 maart 2017 werd in een woning aan een adres in Amsterdam een hennepkwekerij met 73 planten en ruim 1.400 gram cocaïne aangetroffen, samen met chemicaliën en apparatuur voor de bewerking van cocaïne. Verdachte werd als bewoonster van deze woning aangemerkt op basis van persoonlijke spullen, verklaringen van getuigen en omgevingsfactoren zoals een henneplucht.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk de hennepplanten en cocaïne in de woning aanwezig had en voorbereidingshandelingen voor de bewerking van cocaïne heeft gepleegd. Medeplegen werd verworpen wegens gebrek aan bewijs voor nauwe samenwerking met anderen.
De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van de drugshandel, de maatschappelijke impact en de overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Hierdoor hoeft verdachte niet terug naar de gevangenis.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen en verklaarde niet bewezen wat niet kon worden vastgesteld. De straf is gebaseerd op artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet. De uitspraak vond plaats op 4 december 2019 door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.