Op 18 juni 2019 werd verdachte aangehouden terwijl hij op een fiets reed met in de fietstassen ongeveer acht kilogram cocaïne. De politie had een lopend onderzoek naar een voertuig met vermoedelijke verdovende middelen en observeerde verdachte die kort daarvoor bij een woning was geweest waar drugs waren afgeleverd. Vingerafdrukken van verdachte werden op de tas met cocaïne aangetroffen.
Verdachte verklaarde dat hij dacht dat de tas hasj bevatte en ontkende betrokkenheid bij het uitladen van dozen uit een bestelwagen. De rechtbank achtte zijn verklaring niet aannemelijk vanwege het bewijs van vingerafdrukken op de binnen- en buitenkant van de tas en concludeerde dat verdachte wist dat het om cocaïne ging.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, omdat onvoldoende bewijs was voor gezamenlijke betrokkenheid bij het vervoeren van de cocaïne per fiets. De strafmaat werd vastgesteld op 26 maanden gevangenisstraf, passend bij het aanwezig hebben van deze hoeveelheid harddrugs, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het delict en het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft.