Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 november 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2019.
Rechtbank Amsterdam
Eiser heeft meerdere keren verzocht om herziening van een besluit uit 2008 waarin zijn aanvraag voor bijstand werd afgewezen vanwege een vermogen boven de norm. Hij betoogt dat zijn studieschuld als negatief vermogen had moeten worden meegewogen, onderbouwd met correspondentie van DUO en verwijzing naar eerdere bijstandsuitkering en belastingdienst.
De rechtbank stelt dat voor herziening nieuwe feiten of omstandigheden nodig zijn die na het laatste besluit van 15 juni 2018 zijn ontstaan of die eiser toen niet redelijkerwijs kon kennen. Eiser heeft geen nieuwe feiten aangevoerd; de correspondentie was al bekend en eerder ingebracht.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het besluit niet evident onredelijk is, omdat vaste jurisprudentie bepaalt dat een studieschuld in het kader van bijstand niet als negatief vermogen wordt aangemerkt. Dit omdat de terugbetalingsverplichting afhankelijk is van draagkracht en een eventuele resterende schuld na de aflossingsperiode niet hoeft te worden betaald.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van het herzieningsverzoek door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn herzieningsverzoek bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard.