ECLI:NL:RBAMS:2019:9551
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing CITES-uitvoervergunningen wegens onvoldoende bewijs legale herkomst en toepassing spoedbestuursdwang
Eiser diende meerdere aanvragen in voor CITES-uitvoervergunningen voor verschillende diersoorten, waaronder exemplaren uit Duitsland, Zwitserland, Polen, het Verenigd Koninkrijk en andere derde landen. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wees deze aanvragen af omdat eiser niet aannemelijk kon maken dat de dieren een legale herkomst hadden volgens de Europese CITES-regelgeving en de Nederlandse Wet natuurbescherming.
Daarnaast werd spoedbestuursdwang toegepast om de dieren in beslag te nemen en op te slaan, omdat eiser niet in staat was de overtreding zelf te herstellen en er sprake was van verduisteringsgevaar. Eiser maakte bezwaar tegen de besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot afwijzing en bestuursdwang, en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de legale herkomst van de dieren, mede omdat de administratieve instanties van Duitsland, Polen en het Verenigd Koninkrijk de herkomst niet konden bevestigen.
Het beroep van eiser werd deels niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar tegen het spoedbestuursdwangbesluit en verder ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat de legale herkomst van de ouderdieren moet worden aangetoond volgens de Uitvoeringsverordening en dat verweerder bevoegd was om onderzoek te doen naar de gehele keten van overdracht. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien. Het beroep werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de CITES-uitvoervergunningen en toepassing van spoedbestuursdwang.