ECLI:NL:RBAMS:2019:9552
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag CITES-uitvoervergunning wegens onvoldoende bewijs legale herkomst dieren
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een CITES-uitvoervergunning om drie exemplaren van een beschermde diersoort naar Japan te exporteren. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft deze aanvraag afgewezen omdat de legale herkomst van de dieren niet voldoende was aangetoond. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht de overgelegde documenten, waaronder een overdrachtsverklaring, veterinaire certificaten en een CITES B Statement. Uit de stukken bleek dat de datum van overdracht van de dieren vóór hun geboortedatum lag, wat de geloofwaardigheid van de documenten ondermijnt. Bovendien kon de Duitse administratieve instantie de legale herkomst niet bevestigen en was een belangrijke transactie niet conform de Duitse wet geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn bewijslast om de legale herkomst aan te tonen, zoals vereist op grond van de Europese CITES-regelgeving en de Nederlandse Wet natuurbescherming. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de CITES-uitvoervergunning is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van legale herkomst.