ECLI:NL:RBAMS:2020:1553
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake Wob-verzoek in handhavingsprocedure pand Amsterdam
Op 23 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een besluit genomen op een Wob-verzoek van verzoeker, die documenten wilde ontvangen die verband houden met een handhavingsprocedure en vergunningen voor een pand in Amsterdam. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 26 februari 2020 werd het onderzoek geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen aanvullende stukken te zoeken, met name over een meting van 24 mei 2019. Verweerder diende op 4 maart 2020 aanvullende documenten in. Verzoeker bleef echter van mening dat niet alle relevante stukken waren verstrekt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om documenten een voorlopig karakter heeft en dat het uitgangspunt van de Wob openbaarmaking is. Verzoeker kan in de lopende handhavingsprocedure aankaarten dat niet alle stukken zijn overgelegd. Gezien de reeds verstrekte stukken, de toelichting van verweerder en de toezegging van aanvullende stukken, was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en oordeelde dat er geen reden was voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verweerder voldoende stukken heeft verstrekt en het verzoek een voorlopig karakter heeft.