ECLI:NL:RBAMS:2020:1614
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming voor beveiligingswerk wegens rijden onder invloed en eerdere verkeersovertredingen
De korpschef van de politie trok de toestemming van eiser om beveiligingswerkzaamheden te verrichten in Amsterdam en Noord-Nederland in, naar aanleiding van een strafbeschikking voor rijden onder invloed van alcohol op 9 april 2019. Eiser betaalde de boete, maar verweerder achtte dit feit en eerdere verkeersovertredingen reden om zijn betrouwbaarheid in twijfel te trekken.
Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen het besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en deed uitspraak op zowel het verzoek als het beroep. Eiser voerde aan dat hij niet de bestuurder was geweest, maar dit werd niet aannemelijk geacht vanwege bewijsstukken en zijn eigen erkenning.
De voorzieningenrechter verwees naar eerdere uitspraken waarin vergelijkbare verzoeken werden afgewezen, en constateerde dat eiser niet als first offender kon worden beschouwd vanwege eerdere boetes en ontzegging van rijbevoegdheid. Het belang van een betrouwbare veiligheidszorg werd zwaarder gewogen dan het individuele belang van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerk wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.