ECLI:NL:RBAMS:2020:1815
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op grond van algemene voorwaarden verplicht lidmaatschap pechhulp
Eisende partij vorderde betaling van €35,00 vermeerderd met rente en kosten van gedaagde partij, gebaseerd op een overeenkomst met algemene voorwaarden behorende bij een verplicht gesteld lidmaatschap voor pechhulp. Gedaagde partij, een consument, was niet verschenen en de vordering werd ambtshalve getoetst.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding niet voldeed aan de vereisten van artikel 111 lid 2 onder Pro d en artikel 21 Rv Pro, omdat niet was gesteld of gebleken dat aan de wettelijke (pre)contractuele informatieverplichtingen was voldaan. Eisende partij had geen schriftelijk bewijs overlegd van uitdrukkelijke instemming van gedaagde met het verplichte lidmaatschap, noch de overeenkomst zelf.
Hoewel eisende partij stelde dat het lidmaatschap een voorwaarde was voor het verlenen van pechhulp langs de weg, oordeelde de rechtbank dat dit een aanvullende dienst betreft waarvoor uitdrukkelijke instemming vereist is volgens artikel 6:230j BW. De enkele verwijzing naar informatie op de factuur en algemene voorwaarden volstond niet.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd eisende partij veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter C.L.J.M. de Waal op 2 maart 2020.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat geen uitdrukkelijke instemming met het verplichte lidmaatschap is aangetoond.