ECLI:NL:RBAMS:2020:1849

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2020
Publicatiedatum
19 maart 2020
Zaaknummer
13/751004-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens onvoldoende dagvaarding en vertegenwoordiging

De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 februari 2020 de vordering tot overlevering van een persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Kielce. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van een vrijheidsstraf van vier jaar die was opgelegd bij vonnis van 27 december 2007.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit. De rechtbank onderzocht de dagvaarding en vertegenwoordiging van de opgeëiste persoon tijdens de Poolse procedure. Uit de stukken bleek niet ondubbelzinnig dat de persoon tijdig en persoonlijk was gedagvaard of dat hij een advocaat had gemachtigd die ter terechtzitting zijn verdediging voerde.

Gezien deze onduidelijkheden oordeelde de rechtbank dat de weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro van toepassing is, die vereist dat de opgeëiste persoon tijdig en in persoon is opgeroepen of rechtsgeldig vertegenwoordigd is. Daarom werd de overlevering geweigerd en de overleveringsdetentie beëindigd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen wegens niet voldoen aan de eisen van artikel 12 Overleveringswet.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751004-20
RK nummer: 20/103
EAB I
Datum uitspraak: 13 maart 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 januari 2020 betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 maart 2011 door de
Regional Court in Kielce (Sąd Okręgowy w Kielcach), Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1980,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [plaats detentie],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 februari 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
enforceable judgement of the Local Court in Kielcevan 27 december 2007 (II K 717/05).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro van toepassing is. Volgens het EAB is de opgeëiste persoon niet verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 27 februari 2020 blijkt dat de opgeëiste persoon volgens Pools recht ‘
duly notified’ is geweest over de zitting van 3 februari 2009 op zijn laatst bekende adres. Daarnaast zou een advocaat aanwezig zijn geweest die ter terechtzitting de verdediging heeft gevoerd. Het is daarbij onduidelijk gebleven of de opgeëiste persoon deze advocaat had gemachtigd.
Op basis van het dossier is dan ook niet ondubbelzinnig komen vast te staan: i) dat de opgeëiste persoon tijdig en in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting, of ii) dat de opgeëiste persoon een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren en dat die advocaat ter terechtzitting zijn verdediging heeft gevoerd. De omstandigheden als bedoeld in artikel 12, sub c en d, OLW doen zich evenmin voor.
De rechtbank zal de overlevering dan ook weigeren op grond van artikel 12 OLW Pro.

4.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van artikel 12 OLW Pro komt de rechtbank niet toe aan een bespreking van het overige. De overlevering dient te worden geweigerd.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 OLW Pro.

6.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]voor de tenuitvoerlegging van het vonnis II K 717/05;
STELT VASTdat de overleveringsdetentie is beëindigd.
Aldus gedaan door
mr. Ch. A. van Dijk, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van 13 maart 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.