ECLI:NL:RBAMS:2020:2000
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Gemeente Amsterdam mag bijstandsuitkering stopzetten wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Verzoekster ontving sinds 2015 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder en woonde met haar twee kinderen op een adres in Amsterdam. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat verzoekster een gezamenlijke huishouding voerde met de vader van haar kinderen, ondanks dat hij niet in de basisregistratie personen op dat adres stond ingeschreven.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van de vader zich op het uitkeringsadres bevond, onder meer door de aanwezigheid van veel persoonlijke spullen en het gebruik van zijn auto door verzoekster. De stelling dat hij doordeweeks in het buitenland verbleef en slechts in het weekend aanwezig was, weerhield de rechter niet van deze conclusie.
Omdat verzoekster de gezamenlijke huishouding niet had gemeld, werd zij geacht de inlichtingenplicht te hebben geschonden, waardoor de bijstand onterecht werd verstrekt. De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de intrekking van de bijstandsuitkering met ingang van 17 februari 2020.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.