Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift ex artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet Pro 1994 van een bestuurder die zijn rijbewijs was kwijtgeraakt na een snelheidsovertreding op 12 februari 2020. Het rijbewijs was ingevorderd omdat hij de maximumsnelheid van 25 km/u met 38 km/u had overschreden. De officier van justitie had het rijbewijs voor twee maanden in beslag genomen.
De bestuurder voerde aan dat hij niet te hard had gereden en dat hij het rijbewijs dringend nodig had vanwege omgangsafspraken met zijn dochter, zeker gezien zijn kwetsbare gezondheidssituatie. De officier van justitie verzette zich niet tegen de teruggave.
De rechtbank oordeelde dat de invordering rechtmatig was, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de bestuurder en de mogelijkheid dat een onvoorwaardelijke ontzegging korter zou zijn dan de invorderingstermijn. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en werd het rijbewijs teruggegeven.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt gegrond verklaard en het rijbewijs wordt aan klager teruggegeven.