Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 2 april 2020.
Rechtbank Amsterdam
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen de inhouding van zijn rijbewijs na een snelheidsovertreding op 7 februari 2020, waarbij hij de maximumsnelheid met 74 km/u overschreed op een weg met een limiet van 70 km/u. Het rijbewijs werd op die dag ingevorderd en de officier van justitie bepaalde een inhouding van vier maanden tot 6 juni 2020.
Klager is een beroepschauffeur die zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk als koerier en personenvervoerder. Hij heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en is first offender. De officier van justitie erkent de ernst van de overtreding maar stelt voor het rijbewijs per 2 april 2020 terug te geven, met een totale inhouding van acht weken, zodat de rechter ruimte heeft voor een deels voorwaardelijke rijontzegging.
De rechtbank oordeelt dat de inhouding rechtmatig is, maar gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager en het feit dat hij geen eerdere veroordelingen heeft, verklaart zij het klaagschrift gegrond voor zover de inhouding langer duurt dan 2 april 2020. De rechtbank beveelt de teruggave van het rijbewijs per die datum, met behoud van de mogelijkheid voor latere onvoorwaardelijke ontzegging.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het rijbewijs wordt per 2 april 2020 teruggegeven, ondanks de inhouding tot 6 juni 2020.