Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
age 1 bij de OLW
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Nederlandse onderdaan aan België op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen-afdeling Turnhout. De opgeëiste persoon is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van acht jaar die nog volledig moet worden uitgezeten.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en stelde vast dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. De weigeringsgronden van artikel 12 en Pro 13 van de Overleveringswet werden besproken, waarbij de rechtbank oordeelde dat de in het EAB gegeven garanties omtrent betekening van het vonnis en het instellen van verzet of hoger beroep aan de eisen voldoen. De officier van justitie werd ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De feiten waarvoor overlevering wordt verzocht vallen onder de lijst van strafbare feiten in de Overleveringswet, waaronder deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in verdovende middelen. De Belgische autoriteiten gaven een garantie dat de opgeëiste persoon na onherroepelijke veroordeling in België zal terugkeren naar Nederland om de straf te ondergaan. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en stelde vast dat de feiten ook strafbaar zijn onder Nederlands recht.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en besloot de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse onderdaan aan België toe met een garantie voor terugkeer naar Nederland om de straf te ondergaan.