De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het overtreden van een gedragsaanwijzing, belaging, huisvredebreuk en vernieling. De feiten betreffen onder meer het stelselmatig lastigvallen van het slachtoffer door herhaaldelijk bellen en het bezoeken van haar woning ondanks een verbod, het binnendringen in haar woning en het beschadigen van een schutting van de buurman.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte vanaf 22 oktober 2019 tot en met 30 december 2019 stelselmatig en opzettelijk inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Verdachte heeft meerdere malen contact gezocht, de woning betreden zonder toestemming en vernielingen gepleegd. De rechtbank heeft het bewijs als wettig en overtuigend beoordeeld, waarbij ook verklaringen van het slachtoffer, politieonderzoek en bekennende verklaringen van verdachte zijn meegewogen.
Verdachte is sterk verminderd toerekeningsvatbaar verklaard vanwege een autismespectrumstoornis, schizofreniestoornis, ADHD en cannabisgebruik, mede door het stoppen met medicatie en beginnende psychose. Dit heeft invloed gehad op zijn gedragskeuzevrijheid, maar sluit strafbaarheid niet uit.
De rechtbank heeft een gevangenisstraf van 5 weken opgelegd, waarvan 4 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een contactverbod met het slachtoffer. De straf is lager dan gevorderd vanwege de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de reeds verleende zorgmachtiging. De tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf is afgewezen vanwege de zorgmachtiging.
Het vonnis is gewezen door een meervoudige strafkamer en uitgesproken op 7 april 2020.