Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
zwart gemaakt, voorzieningenrechter].
Rechtbank Amsterdam
De eigenaar van een woning in Amsterdam kreeg in 2016 een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van zijn woning voor prostitutie te staken. Na anonieme meldingen en controles in 2019 bleek dat de woning opnieuw voor bedrijfsmatige prostitutie werd gebruikt. De gemeente legde daarom de dwangsom van €25.000,- definitief op en vorderde deze in.
De eigenaar betwistte de rechtmatigheid van het bewijs en stelde dat hij niet de overtreder was en niets wist van de prostitutie in zijn woning. Ook voerde hij aan dat de dwangsom onevenredig hoog was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de bewijzen, waaronder verklaringen van betrokkenen en een politieproces-verbaal, voldoende aannemelijk maken dat de woning bedrijfsmatig werd gebruikt voor prostitutie.
De rechter stelde vast dat de eigenaar de last onder dwangsom niet heeft nageleefd en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet op de hoogte was van de overtreding. Ook was de dwangsom terecht opgelegd en niet onredelijk hoog. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invordering van de dwangsom van €25.000,- wordt afgewezen.