ECLI:NL:RBAMS:2020:266
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw en onvoldoende inspanningsverplichting
Verzoekers hebben een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend, waarbij zij schulden hadden bij de Belastingdienst, Gemeente Amsterdam en het CJIB. De rechtbank stelde vast dat deze schulden grotendeels minder dan vijf jaar voor het verzoek zijn ontstaan en dat verzoekers niet te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van deze schulden.
Daarnaast bleek uit het strafblad van verzoeker dat hij recentelijk, in juli 2019, is veroordeeld tot een taakstraf wegens bedreigingen. Dit wekt twijfel over zijn vermogen om de schuldsanering effectief uit te voeren. Verzoekster is recent uit Marokko gekomen, zwanger en heeft geen werkervaring, waardoor onvoldoende aannemelijk is dat zij de inspanningsplicht tot het verrichten van betaalde arbeid kan nakomen.
De rechtbank concludeert dat verzoekers niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 288 lid 1 sub b en Pro c van de Faillissementswet en wijst het verzoek tot schuldsanering af. Er zijn geen omstandigheden die tot een ander oordeel leiden gebleken.
Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw en onvoldoende nakoming inspanningsplicht.