Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procesgang
2.De inhoud van het klaagschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
gegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een klaagschrift ex artikel 164 lid 8 WVW Pro 1994 van een jonge bestuurder die zijn rijbewijs was kwijtgeraakt na een snelheidsovertreding van 84 km/u boven de toegestane limiet. Het rijbewijs was vier maanden ingevorderd door de officier van justitie. Klager gaf toe een fout te hebben gemaakt, maar stelde dat hij het rijbewijs dringend nodig had voor zijn werk als koerier. De raadsman voerde aan dat klager weliswaar eerdere WVW-veroordelingen had, maar niet voor snelheidsovertredingen, en dat een inhouding van vier maanden de rechter die de strafzaak behandelt beperkt in zijn ruimte om een passende straf op te leggen.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, wijzend op de ernst van de overtreding, de jonge leeftijd van klager en zijn eerdere WVW-antecedenten. Ook betwistte zij het belang van klager bij het rijbewijs vanwege een tijdelijk arbeidscontract dat al was verlopen.
De rechtbank oordeelde dat de invordering rechtmatig was, maar dat rekening moest worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van klager en de mogelijkheid dat een onvoorwaardelijke ontzegging korter kan zijn dan de inhoudingstermijn. Daarom moet de strafrechter ruimte houden voor een straf op maat. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelastte de teruggave van het rijbewijs.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs van klager ondanks de snelheidsovertreding.