Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:2850

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
13/751102-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 300 SrArt. 312 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor tenuitvoerlegging vrijheidsstraffen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 20 mei 2020 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De verdachte werd via telehoren gehoord en bijgestaan door een advocaat en tolk. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte juist was en dat hij de Poolse nationaliteit bezit.

Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van twee vrijheidsstraffen opgelegd door de District Court of Nowa Sól: een straf van 10 maanden uit december 2015 en een straf van 1 jaar en 6 maanden uit oktober 2016, waarvan nog een deel moest worden uitgevoerd. De rechtbank onderzocht of er weigeringsgronden waren op grond van de Overleveringswet, met name artikel 12, en concludeerde dat deze niet van toepassing waren omdat de verdachte persoonlijk kennis had genomen van het vonnis.

De rechtbank beoordeelde ook de dubbele strafbaarheid van de feiten, waaronder diefstal door meerdere personen, meervoudige mishandeling en bedreiging met misdrijven tegen de veiligheid en het leven. Gezien de naleving van alle wettelijke vereisten en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van opgelegde vrijheidsstraffen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751102-20 (EAB I)
RK nummer: 20/638
Datum uitspraak: 3 juni 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 januari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 augustus 2018 door de
Sąd Okręgowy w Zielonej Górze (Circuit Court of Zielona Góra), Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de Justitieel Centrum [locatie te plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 mei 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal. De opgeëiste persoon is via telehoren gehoord vanuit Justitieel Centrum [locatie te plaats].
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank gaat hierbij niet over tot schorsing van de overleveringsdetentie, omdat zij het vluchtgevaar zo reëel acht dat alleen vrijheidsbeneming kan voorkomen dat de opgeëiste persoon zich aan een eventueel toelaatbaar geoordeelde overlevering zal onttrekken.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 3 december 2015 (referentienummer: II K 675/15). Daarnaast wordt melding gemaakt van een
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 27 oktober 2016 (referentienummer: II K 369/16).
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon met betrekking tot de
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 27 oktober 2016 (referentienummer: II K 369/16) in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden met betrekking tot de
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 3 december 2015 (referentienummer: II K 675/15). Deze straf dient nog in het geheel ten uitvoer te worden gelegd. Daarnaast wordt de overlevering verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 6 maanden met betrekking tot de
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 27 oktober 2016 (referentienummer: II K 369/16). Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar, 4 maanden en 7 dagen.
De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De rechtbank stelt vast dat met betrekking tot de
enforceable judgment by the District Court of Nowa Sólvan 3 december 2015 (referentienummer: II K 675/15) het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 24 februari 2020 volgt dat de opgeëiste persoon op 14 december 2015 persoonlijk een afschrift van het vonnis heeft ontvangen
along with instruction on how to appeal, but he neither appealed against the judgment nor applied for a retrial.Daarom is sprake van de in artikel 12, sub c, OLW genoemde omstandigheden. Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank dus van oordeel dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is.
4. Strafbaarheid
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen,
mishandeling, meermalen gepleegd,
en/of:
bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat en met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 285, 300 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
Sąd Okręgowy w Zielonej Górze (Circuit Court of Zielona Góra), Polen.
Aldus gedaan door
mr. H.J. Fehmers, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en M.T.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 3 juni 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.