Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:2873

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
9 juni 2020
Zaaknummer
13/751123-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 3 juni 2020 de vordering tot overlevering van een verdachte uit Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank in Elbląg. De verdachte is geboren in Polen en verblijft zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, waar hij is gedetineerd.

Het EAB betreft een veroordeling tot een vrijheidsstraf van anderhalf jaar wegens mishandeling, waarvan de voorwaardelijke straf in 2017 is omgezet in een onvoorwaardelijke straf wegens niet-naleving van voorwaarden. De rechtbank stelde vast dat de omzetting niet leidde tot wijziging in aard of duur van de straf, waardoor geen weigeringsgrond op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW) van toepassing is.

De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte, de inhoud en geldigheid van het EAB en beoordeelde de dubbele strafbaarheid van het ten laste gelegde feit. Gezien het feit dat mishandeling ook onder Nederlands recht strafbaar is, werd voldaan aan de voorwaarden voor overlevering.

De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees een verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie af, verwijzend naar jurisprudentie die langere detentie dan 90 dagen mogelijk maakt. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van anderhalf jaar wegens mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751123-20
RK nummer: 20/746
Datum uitspraak: 3 juni 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 oktober 2018 door
the Regional Court in Elbląg II Criminal Department(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 20 mei 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond en door een tolk in de Pools taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Onder verwijzing naar de beslissing van het Gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:729) waarin is geoordeeld dat het mogelijk is om iemand langer dan de 90 dagentermijn gedetineerd te houden, is het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie afgewezen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
enforceable judgment of the District Court in Braniewo, II Criminal Divisionvan 10 augustus 2015 (II K 181/15), waarbij de opgeëiste persoon is veroordeeld tot een voorwaardelijke straf. Deze straf is op 17 mei 2017 omgezet naar een onvoorwaardelijke straf door
the District Court in Braniewo, omdat de opgeëiste persoon zich niet heeft gehouden aan de aan hem opgelegde voorwaarden.
In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in 2015 in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1.
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Uit het EAB blijkt niet of de opgeëiste persoon op de hoogte is geraakt van de omzetting van zijn straf in 2017. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak
Ardic(ECLI:EU:C:2017:1026) volgt echter dat een omzetting van een voorwaardelijke vrijheidsstraf in een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro valt, wanneer noch de aard noch de hoogte van die vrijheidsstraf bij die omzettingsbeslissing is gewijzigd. Niet is gebleken dat de aard en/of de hoogte van de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf bij de omzetting zijn gewijzigd.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond niet van toepassing is.

4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Mishandeling.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Elbląg II Criminal Department(Polen).
Aldus gedaan door
mr. H.J. Fehmers, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en M.T.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.G. Thijssen, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 3 juni 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.