Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:3083

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
13/751164-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 juni 2020 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court of Lublin. Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van één jaar en twee maanden, waarvan nog ruim een jaar resteerde, voor het verstrekken van een kleine hoeveelheid marihuana aan minderjarigen.

De verdachte was niet persoonlijk verschenen bij de behandeling van het vonnis in Polen en had geen rechtsmiddelen aangewend tegen het vonnis. Het EAB vermeldde dat het vonnis aanvankelijk voorwaardelijk was en later ten uitvoer was gelegd. De rechtbank onderzocht of aan de voorwaarden van artikel 12 Overleveringswet Pro was voldaan, waaronder de vereiste dat de verdachte na overlevering onverwijld geïnformeerd wordt over zijn recht op verzet of hoger beroep met een volledige herbeoordeling van de zaak.

De uitvaardigende autoriteit verklaarde dat het voor de verdachte niet mogelijk is om onvoorwaardelijk verzet of hoger beroep aan te tekenen tegen het Poolse vonnis. Hierdoor ontbrak de verzetgarantie die artikel 12 OLW Pro vereist. De rechtbank concludeerde dat de overlevering geweigerd moet worden omdat deze weigeringsgrond van toepassing is. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte wegens het ontbreken van een onvoorwaardelijke verzetgarantie zoals vereist in artikel 12 Overleveringswet.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751164-20
RK nummer: 20/1017
Datum uitspraak: 19 juni 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 februari 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 maart 2019 door
the District Court of Lublin, Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats], Polen, op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in het Justitieel Complex [locatie te plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.R.A. Röschlau, advocaat te Zeist en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting, via een videoverbinding, verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van
16 november 2015, gewezen door
the Provincial Courtin Chelm, (zaaksnummer VII K 375/15) waarbij de opgeëiste persoon veroordeeld is tot een gevangenisstraf voor de duur van één jaar en twee maanden, waarvan volgens het EAB nog één jaar, één maand en 28 dagen resteren.
Het EAB vermeldt onder f) dat het vonnis aanvankelijk voorwaardelijk was en dat
the Provincial Court of Chelmop 14 september 2016 de tenuitvoerlegging heeft gelast.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat..
Het vonnis betreft één feit zoals dat als volgt is omschreven in onderdeel e) van het EAB:
On November 24th 2014 in Chelm, province of Lubelskie, he gave intoxicant in a form of marijuana of a non-established quantity, once and for free to [persoon 1] and minors [persoon 2] and [persoon 3].
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Het EAB vermeldt onder d) dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Voorts staat vermeld dat de opgeëiste persoon geen rechtsmiddel heeft aangewend tegen het vonnis.
Onder D.2) staat het volgende vermeld:
A notification about the date of the hearing resulting in the decision was forwarded to the wanted on October 21st 2015 by the agency of the post office to the address of residence indicated by him. Despite the fact that it had been notified twice (on October 23rd and November 2nd 2015). [opgeëiste persoon] did not collect the correspondence. The summons with the date of the hearing was therefore sent back to the sender (the Provincial Court of Chelm) with a notice ‘Not collected on time’. In connection with the above, according to the Polish penal procedure, the summons was attached to the case files acknowledged as effectively served because the convict had not indicated another address of residence.
De rechtbank stelt op grond van het bovenstaande vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering alleen toestaan indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 3 april 2020 het volgende verklaard:
It is not possible for [opgeëiste persoon] to unconditionally request a retrial or lodge an appeal from the judgment of District Court [Sad Rejonowy]of Chelm of the date 16th November 2015 in the case VII K 375/15.-/-
Nu geen sprake is van een onvoorwaardelijke verzetgarantie is naar het oordeel van de rechtbank de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro van toepassing.

4.4. Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court te Lublin, (Polen).
Aldus gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en V.V. Essenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van R. Rog, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 19 juni 2020.
De oudste rechter is buiten staat te tekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.