Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1] , te Amsterdam, eiseres 1
[bedrijf 1], te [plaats] , zijnde het bevoegd gezag van [de school] , te Amsterdam
Rechtbank Amsterdam
Eiseressen verzochten de rechtbank om het inspectierapport van de Onderwijsinspectie te rectificeren en handhavend op te treden tegen de school waar een van hen was uitgeschreven. De Inspectie had het rapport openbaar gemaakt en de verzoeken om rectificatie en handhaving afgewezen, waarna de rechtbank het bezwaar deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat het inspectierapport geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt en dat de mededeling van de Inspectie om het rapport niet aan te passen eveneens geen besluit is. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en kon de rechtbank niet inhoudelijk oordelen over de juistheid van het rapport.
Met betrekking tot het verzoek tot handhaving stelde de rechtbank vast dat de Inspectie binnen haar wettelijke taken had gehandhaafd door de school aan te spreken op het ontbreken van een verwijderingsbesluit. Verdere handhaving, zoals het opleggen van een boete of het opschorten van bekostiging, was niet verplicht en ontbrak een wettelijke grondslag.
De rechtbank concludeerde dat de verzoeken van eiseressen buiten het publiekrechtelijk handhavingsinstrumentarium van de Inspectie vallen en dat de bevoegdheid tot toelating of verwijdering van leerlingen bij het bevoegd gezag van de school ligt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot rectificatie en handhaving wordt ongegrond verklaard.