Op 2 juli 2019 stak verdachte het slachtoffer met een groot vleesmes op Plein 40-45 in Amsterdam, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer. Verdachte werd aanvankelijk verdacht van moord, maar de rechtbank sprak hem daarvan vrij wegens gebrek aan bewijs voor voorbedachten rade en veroordeelde hem voor doodslag.
De verdediging voerde een beroep op noodweer aan, stellende dat verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding met een schroevendraaier door het slachtoffer. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte zich aan de confrontatie had kunnen onttrekken en dat hij zich bewust had bewapend en de confrontatie opzocht, waardoor het beroep op noodweer werd verworpen.
De rechtbank behandelde ook een vormverzuim rond een aangepast proces-verbaal van een anonieme getuige, maar concludeerde dat dit geen reden was om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Verdachte werd veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden affectieschadevergoedingen toegekend aan de ouders van het slachtoffer, terwijl de vorderingen van de broers werden afgewezen wegens onvoldoende bijzondere affectieve band.