Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerder] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] , vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht. Het verzoek is vervolgens aangehouden om een minnelijke regeling te beproeven. Nadat partijen hebben bericht dat dit niet is gelukt, hebben partijen schriftelijk gebruik gemaakt van hun tweede termijn en daartoe na elkaar een akte met producties ingediend. [verzoekster] heeft bij akte van 10 juli 2020 gereageerd op de laatste productie van [verweerder] .
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
e-mailberichten van [verweerder] op zijn werkaccount te onderzoeken.
Verzoek en tegenverzoeken
€ 18.044,00 bruto te betalen aan winstuitkering over 2019;
Beoordeling
Ontbindingsverzoek [verzoekster]
e-mailbox van [verweerder] . [verweerder] zou tweemaal de in de tank achtergebleven diesel niet hebben afgevoerd zoals het hoort, maar hebben verkocht aan een derde en de opbrengst in eigen zak hebben gestoken. Ter zitting heeft [verzoekster] echter erkend, zoals [verweerder] ter verwere heeft aangevoerd, dat inderdaad achtergebleven diesel werd verkocht en dat de contante opbrengst in de “contanten geldpot” werd gedaan, die werd gebruikt voor activiteiten, zoals een reisje van [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en [verweerder] naar een Formule 1 wedstrijd. Vanaf eind 2017/begin 2018 is evenwel volgens [verzoekster] afgesproken dit niet meer te doen. [verweerder] betwist deze laatste afspraak en voert aan dat hij dit altijd heeft gedaan in opdracht van [betrokkene 1] en de opbrengst steeds heeft afgedragen aan de daarvoor bestemde pot. Dit heeft [verzoekster] vervolgens niet meer weersproken, zodat niet kan worden geconcludeerd dat [verweerder] op dit punt verwijtbaar heeft gehandeld.
[medewerkster] , maar betwist dat zij vertrouwenspersoon was bij [verzoekster] . [verzoekster] heeft hiertegenover niets naar voren gebracht waaruit moet worden geconcludeerd dat [medewerkster] vertrouwenspersoon was bij [verzoekster] . Als goed werknemer had [verweerder] niettemin moeten melden bij [verzoekster] dat hij een relatie onderhield met een ondergeschikte, maar nu de relatie reeds drie jaar is beëindigd en gesteld noch gebleken is dat iemand daarvan schade heeft ondervonden, kan deze omstandigheid op zichzelf genomen geen grond vormen voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
e-mailberichten van 2017 en 2018 waarin [verweerder] gevoelige informatie van [verzoekster] zou hebben gedeeld met derden. Het eerste bericht is gericht aan [medewerkster] , werknemer van [verzoekster] , en het tweede bericht aan een niet nader toegelicht persoon, waarvan zonder nadere toelichting niet kan worden vastgesteld dat zij een derde betreft, noch dat de verstuurde informatie onterecht is verstuurd en/of gevoelig is.
27 januari 2020, waarbij bovendien onaangekondigd een advocaat aanwezig was, moet hebben overvallen en zij hem vervolgens zonder plausibele reden op non-actief heeft gesteld. Gevolg hiervan is dat [verzoekster] naast de transitievergoeding van € 31.346,62 bruto een billijke vergoeding aan [verweerder] is verschuldigd.
Nevenverzoeken [verweerder]
€ 180.442,50 = € 18.044,25 bruto. [verzoekster] betwist niet dat een bonusregeling is overeengekomen maar voert aan dat deze niet alleen betrekking heeft op het resultaat van [verzoekster] , maar ook op die van de naastliggende vennootschappen. Dit is door [verweerder] erkend. Bovendien voert [verzoekster] aan dat het resultaat van [verzoekster] over 2018 moet worden afgeschaald met € 120.000,00 omdat een vonnis is gewezen waarin [verzoekster] is veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Gelet hierop kan thans niet worden vastgesteld wat de winst voor belastingen in 2018 is geweest, zodat deze vordering wordt afgewezen. Evenmin zijn de gevraagde voorlopige voorzieningen toewijsbaar, nu deze zijn gevorderd voor de duur van de procedure, die met het geven van deze beschikking eindigt.
BESLISSING
€ 31.346,62 bruto;
€ 38.653,38 bruto;
1 september 2020, uitgaande van 89,5 opgebouwde en niet-opgenomen vakantiedagen;