Uitspraak
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
out of time appealis niet een onvoorwaardelijk hoger beroep of verzet. De raadsvrouw heeft in dit kader verwezen naar uitspraken van deze rechtbank van 19 februari 2019 [1] en 28 mei 2019 [2] . Volgens de Italiaanse advocaat van de opgeëiste persoon, zou hij in dat geval slechts toegelaten worden tot het instellen van verzet als vast komt te staan dat hij nooit op de hoogte is geraakt van het vonnis. De raadsvrouw heeft subsidiair verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden, teneinde op dit punt informatie op te vragen, omdat onder deze omstandigheid niet kan worden gesproken van een onvoorwaardelijke verzetsgarantie.
out of time appeal.Dat betekent dat de opgeëiste persoon alleen voor het instellen van hoger beroep of verzet in aanmerking komt, indien wordt aangetoond dat hij niet op de hoogte was van het betreffende vonnis. Dat is in de zaak van de opgeëiste persoon het geval, nu in onderdeel d) van het EAB staat dat het vonnis niet aan hem is betekend. De officier van justitie heeft zich betreffende het subsidiaire verzoek van de raadsvrouw gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
artikel 175 paragraph Pro 2 bis van het Italiaanse Wetboek van Strafvorderingbepaalt dat de verdachte op zijn verzoek een nieuw termijn krijgt voor het instellen van verzet of hoger beroep, tenzij hij daadwerkelijk kennis heeft gehad van de procedure of van de beslissing en hij vrijwillig heeft afgezien van het recht om te verschijnen of een rechtsmiddel aan te wenden. Bij vonnissen gewezen na de wetswijziging in 2005 ligt de bewijslast inzake de wetenschap van het bij verstek gevoerde proces niet langer bij de opgeëiste persoon. De rechter zal na het instellen van het verzet onderzoeken of de opgeëiste persoon daadwerkelijk kennis heeft gehad van de procedure of beslissing. In de zaak van 19 februari 2019 is door de Italiaanse officier van justitie aangegeven dat de opgeëiste persoon destijds als onvindbaar is aangemerkt en dat daarom de verwachting bestaat dat het Italiaanse gerecht het verzoek tot verzet of hoger beroep zal toestaan. De rechtbank heeft in deze zaak, gelet op de in het EAB vermelde informatie en de aanvullende brief van de Italiaanse officier van justitie, de overlevering toegestaan.
Heeft de opgeëiste persoon daadwerkelijk kennis gehad van de procedure of van de beslissing en heeft hij vrijwillig afgezien van het recht om te verschijnen of een rechtsmiddel aan te wenden?
Zal hij na overlevering daadwerkelijk toegelaten worden tot het instellen van verzet en zal hij het recht hebben daaraan deel te nemen en bestaat dan de mogelijkheid dat de zaak opnieuw ten gronde wordt beoordeeld, inclusief nieuw bewijsmateriaal, en kan dat leiden tot een herziening van de oorspronkelijke beslissing?