De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 juli 2020 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Italië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Monza. De opgeëiste persoon, van Albanese nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van betrokkenheid bij illegale handel in cocaïne.
De rechtbank onderzocht de identiteit en de inhoud van het EAB, waarbij werd vastgesteld dat het bevel voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet, inclusief een voldoende gedetailleerde omschrijving van het strafbare feit en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon. De strafbaarheid werd bevestigd omdat het feit voorkomt op de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet.
Vanwege eerdere zorgen over detentieomstandigheden in bepaalde Italiaanse gevangenissen, gaf de Italiaanse autoriteit garanties dat de opgeëiste persoon zal worden ondergebracht in een detentiecentrum waar geen reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank achtte deze garantie voldoende.
Gelet op het voldoen aan de wettelijke eisen en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.