Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
welzou zijn gedaan. Voorts is opgemerkt dat, ook in het geval dat door verbalisant [verbalisant 1] wel een toezegging zou zijn gedaan in het kader van het ingezette mediationtraject, sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die de herroeping van die toezegging rechtvaardigen. Daarom is geen sprake van een toezegging op basis waarvan verdachte er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd.
4.Waardering van het bewijs
racistische Joodse buurvrouw” genoemd; een ander bericht hield de volgende tekst in “
Ze hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vergeten te vergassen. Zij trachten van het gebouw klein Israel te maken. Ze zouden van hun huid lampenkappen moeten maken”, of woorden van gelijke strekking. Aan de aangifte is geen screenshot gehecht van de desbetreffende berichten.
Vergassen DIT ONGEDIERTE. JA!! VERGASSEN!!!’, ‘
Op zouten naar Israël!!’ en ‘
Ze hadden haar, [slachtoffer 2] moeten vergassen! Ik heb zin om te villen en er lampen kappen van te maken’. Uit het transcript blijkt echter niet wanneer deze berichten op het betreffende Facebookaccount zijn geplaatst.
- screenshot gemaakt op 13 augustus 2015 om 3.45 uur van een tekst bevattende de volgende woorden: ‘
- screenshot gemaakt op 13 augustus 2015 om 10.08 uur van een tekst bevattende de volgende woorden: ‘
- screenshot gemaakt op 13 augustus 2015 om 5.41 uur van een tekst bevattende de volgende woorden: ‘
- screenshot gemaakt op 14 augustus 2015 om 7.47 uur van een tekst bevattende de woorden ‘
Opzouten naar je Israël, Nederland heeft geen ruimte voor gewelddadige extremi-sme’ (dat niet in de tenlastelegging is opgenomen) verklaard ‘
Ik zou dit geplaatst kunnen hebben’, maar hij heeft tevens verklaard dat anderen zijn berichten vervolgens plakken en knippen en weer opnieuw plaatsen op het gehackte Facebookaccount dan wel het nep account. Verdachte heeft dus, anders dan speelde in de zaak tegen [slachtoffer 1] , over de teksten opgenomen in de tenlastelegging jegens hem, niet verklaard dat het mogelijk is dat hij die op zijn Facebookaccount heeft geplaatst.
social media. Deze verklaring heeft verdachte afgelegd nadat door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aangifte is gedaan in verband met de op het Facebookaccount geplaatste berichten; verdachte heeft daarvóór echter al aan Facebook gemeld dat zijn Facebookaccount werd gehackt. Uit de e-mail van 4 december 2018, die verdachte heeft verzonden aan zijn toenmalige raadsvrouw mr. Peters, volgt immers dat door verdachte al op 24 maart 2014 en 20 juli 2015 is gemeld dat de profielen ‘https://www.facebook.com/ [profiel] ’ en [verdachte] / [profiel] ( [profiel] ) al lange tijd worden gehackt en dat hij die profielen heeft gerapporteerd vanwege haatdragende taal en/of symbolen. Uit de bijlage van de pleitnota blijkt eveneens dat verdachte het profiel van ‘ [verdachte] ’ heeft gerapporteerd omdat “dat profiel zich als verdachte voordeed”. In een bericht van de Risk Support Specialist van Facebook is aan verdachte bevestigd dat zijn account is gehackt.
5.Vorderingen van de benadeelde partijen
6.Beslissing
spreektverdachte daarvan
vrij.
[slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in zijn vordering.