ECLI:NL:RBAMS:2020:4119

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 augustus 2020
Publicatiedatum
20 augustus 2020
Zaaknummer
13/751491-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor diefstal met braak

De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 augustus 2020 de vordering tot overlevering van een persoon aan Letland op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Riga City Vidzeme Suburb Court. De opgeëiste persoon, geboren in 2001, werd verdacht van diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij braak werd gepleegd. De verdachte was ten tijde van het strafbare feit minderjarig, maar inmiddels meerderjarig.

Tijdens de zitting werd de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en erkend. De rechtbank onderzocht of het EAB voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder de dubbele strafbaarheid van het feit volgens Nederlands recht. Dit was het geval, aangezien het feit overeenkomt met diefstal met braak. De rechtbank nam ook de zorgen van de verdachte over de toepassing van het jeugdrecht mee, maar vertrouwde op de Letse rechter om het strafrecht voor minderjarigen toe te passen.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan alle vereisten voldoet en dat er geen weigeringsgronden zijn voor overlevering. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Letland toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751491-20 (EAB II)
RK nummer: 20/3342
Datum uitspraak: 20 augustus 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 juni 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juni 2020 door
Prosecutor’s General Office of the Republic of Latvia(Letland)en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 2001,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in [plaats detentie] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 augustus 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon, aanwezig via een videoverbinding, is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. E. Boskma, advocaat te Alkmaar en door een tolk in de Russische taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een
decision of the Riga City Vidzeme Suburb Court(Letland) van 5 augustus 2019 referentienummer: No. 13060001520.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Lets recht strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
De opgeëiste persoon zou voornoemd strafbaar feit hebben gepleegd toen hij minderjarig was. Inmiddels is hij meerderjarig. De opgeëiste persoon heeft hierover zorgen geuit. De rechtbank vertrouwt erop dat de Letse rechter conform de Letse wetgeving rechtspreekt en het strafrecht voor minderjarigen toepast wanneer dat aan de orde is.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 311 Wetboek Pro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Prosecutor’s General Office of the Republic of Latvia(Letland).
Aldus gedaan door
mr. Ch.A van Dijk, voorzitter,
mrs. M.E.M. James-Pater en M. Snijders Blok-Nijensteen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.P.F. Sneeboer, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 20 augustus 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.