ECLI:NL:RBAMS:2020:4203
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen DNA-afname en opname in DNA-databank
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname van zijn DNA en opname van het DNA-profiel in de DNA-databank. Hij stelde dat het feit waarvoor hij is veroordeeld geen aanleiding geeft tot DNA-onderzoek en dat uit zijn strafblad niet blijkt dat hij in de nabije toekomst een strafbaar feit zal plegen waarbij DNA-onderzoek van belang is.
De officier van justitie betoogde dat de uitzonderingen op de Wet DNA-onderzoek niet van toepassing zijn, omdat het misdrijf (gebruik maken van een vals identiteitsbewijs) onder de categorie misdrijven valt waarvoor DNA-onderzoek relevant kan zijn. De rechtbank stelde vast dat het bevel tot DNA-afname conform de wettelijke vereisten is gegeven en dat het misdrijf valt onder artikel 67 lid 1 Sv Pro.
De rechtbank overwoog dat de uitzonderingen op de Wet DNA-onderzoek strikt en beperkt moeten worden uitgelegd. De aard van het misdrijf en de omstandigheden waaronder het is gepleegd, rechtvaardigen geen uitzondering. De kans op herhaling is niet volledig uitgesloten, waardoor DNA-onderzoek gerechtvaardigd blijft.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en bevestigde het bevel tot DNA-afname en opname in de DNA-databank. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de DNA-afname en opname in de DNA-databank wordt ongegrond verklaard.