ECLI:NL:RBAMS:2020:4411
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- R.C.J. Hamming
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na beslag en klaagschriftprocedure
Verzoekster heeft een vergoeding gevraagd voor de kosten van haar raadsman en het opstellen van een verzoekschrift in verband met de inbeslagname van haar voertuig. Na het niet slagen van een informeel verzoek tot teruggave, diende zij een klaagschrift in ex artikel 552a Sv. De officier van justitie wees de vergoeding aanvankelijk af wegens het gelijktijdig indienen van het klaagschrift zonder het antwoord op het verzoek af te wachten.
De rechtbank beoordeelde het dossier, waarin het voertuig op 5 december 2019 in beslag werd genomen en op 19 december 2019 werd besloten tot teruggave. De rechtbank stelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om de gevraagde vergoeding toe te kennen, mede omdat de auto op het moment van de beschikking van 10 januari 2020 vermoedelijk nog niet was geretourneerd.
De rechtbank wees de vergoeding toe op basis van de werkelijke kosten, ondersteund door facturen en urenspecificaties, zonder matiging. Voor het opstellen en behandelen van het verzoekschrift werd een forfaitaire vergoeding van €550,- toegekend. De totale vergoeding bedraagt €1.271,47 en wordt uit de rijkskas betaald.
Uitkomst: De rechtbank kent een vergoeding van €1.271,47 toe voor kosten van raadsman en verzoekschrift na beslag en klaagschriftprocedure.