Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
van 20 juli 2020 waaruit blijkt dat verdachte eerder voor vermogensdelicten is veroordeeld.
- Psychiatrisch Pro Justitia rapport, opgemaakt op 13 juli 2020 door dr. [persoon 4] , psychiater;
- Psychologisch Pro Justitia rapport, opgemaakt op 14 juli 2020 door dr. [persoon 5] ,
.Het risico op herhaling is matig tot hoog. Verdachte zou baat kunnen hebben bij een behandeling die hem inzicht geeft in zijn beperkingen en die hem handvatten biedt daar beter mee om te gaan. Het aanleren van sociale vaardigheden, het leren stellen van grenzen en het zich openstellen voor hulp van buitenaf zijn dan concrete vaardigheden waar het om gaat. Een dergelijke behandeling zou gestalte kunnen krijgen in het kader van een GBM voor de duur van één jaar, die dan wel op klinische basis dan wel in het kader van een deeltijd behandeling ten uitvoer kan worden gebracht. Er kan, gezien de beperkingen die spelen, niet verwacht worden dat verdachte direct zal instemmen met de behandeling, zodat het strafrechtelijk kader van een deels voorwaardelijke straf onvoldoende structuur biedt. Daarbij is tevens in aanmerking genomen dat verdachte, die voorheen bekend was met vermogensdelicten, sinds het voorjaar 2020 vaak in beeld is gekomen bij politie en justitie voor feiten die in ernst lijken toe te nemen. Een krachtige maatregel lijkt nodig om de ongunstige ontwikkeling die lijkt te zijn ingezet, te keren.
acting outgedrag en luistert niet meer naar anderen. Middels een GBM zou verdachte ambulant worden begeleid, waarbij hij door middel van cursussen zou kunnen oefenen met adequaat gedrag (hoe om te gaan met tegenslag en frustratie, geen gebruik van cannabis, geen oppositioneel gedrag). Ook is het belangrijk om in de gaten te houden of verdachte niet (opnieuw) psychotisch wordt en zijn medicatie gebruik te monitoren.
- meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering (William Schrikker);
- meewerken aan ITB Harde Kern voor de duur van maximaal 6 (zes) maanden;
- meewerken met een coach vanuit Spirit;
- meewerken aan de So-Cool training;
- meewerken aan ambulante behandeling;
- meewerken aan begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- meewerken aan schuldhulpverlening;
- het hebben van een dagbesteding in de vorm van een opleiding en/of werkplek;
- indien tijdens het traject blijkt dat het middelengebruik problematischer is dan voorheen kon worden ingeschat, meewerken aan een interventie gericht op het verminderen van zijn middelengebruik bij een nog nader door de jeugdreclassering te bepalen zorgverlener;
- meewerken aan het locatiegebod met elektronisch toezicht.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
jeugddetentie van 113 (honderddertien) dagen.
maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 12 (twaalf) maanden, die bestaat uit het volgende programma:
12 (twaalf) maanden.
dadelijk uitvoerbaaris.