Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het klaagschrift
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
niet-ontvankelijkin zijn beklag.
Rechtbank Amsterdam
Op 25 oktober 2019 werd tijdens een politie-inval in een woning een geldbedrag van €4.905,- in beslag genomen. Klager, die aanwezig was in de woning, diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv voor teruggave van dit bedrag. Hij stelde rechthebbende te zijn en betwistte het voortduren van het beslag.
De rechtbank onderzocht het klaagschrift en het standpunt van het Openbaar Ministerie. Het OM stelde zich primair op het standpunt dat klager niet ontvankelijk is omdat hij niet heeft onderbouwd dat hij eigenaar is van het geld. Subsidiair werd gesteld dat het verzoek ongegrond is vanwege een witwasverdenking.
De rechtbank oordeelde dat klager niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Dit omdat het opgegeven bedrag in het klaagschrift niet overeenkomt met het in beslag genomen bedrag, klager en de beslagene beiden ontkenden eigenaar te zijn, en klager niet heeft meegewerkt aan het onderzoek. Daarom werd het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard en is niet inhoudelijk op het verzoek ingegaan.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat klager niet aannemelijk heeft gemaakt rechthebbende te zijn.