ECLI:NL:HR:2013:BZ5406
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid klaagschrift tegen beslag op paarden
In deze zaak heeft de klaagster een klaagschrift ingediend tegen het beslag op 31 paarden en verzocht om aanstelling als bewaarder van deze paarden. De Rechtbank Maastricht verklaarde het klaagschrift niet-ontvankelijk omdat klaagster niet had gesteld rechthebbende te zijn ten aanzien van de paarden en dus geen belanghebbende was in de zin van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering.
De klaagster voerde aan dat een ideële stichting als zijzelf wel als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat dieren niet zelf voor hun rechten kunnen opkomen. De rechtbank en het Openbaar Ministerie verwierpen dit standpunt, stellende dat artikel 552a Sv geen ruimte biedt voor een ideële stichting als belanghebbende in deze procedure.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst erop dat artikel 552a Sv geen beklag openstelt tegen het verlenen van een machtiging tot inbeslagname als bedoeld in artikel 117 Sv Pro. Ook valt het in bewaring geven van inbeslaggenomen voorwerpen onder artikel 118 Sv Pro niet onder het begrip 'gebruik' in artikel 552a Sv, zodat ook tegen beslissingen omtrent bewaring geen beklag mogelijk is.
Het beroep van klaagster wordt verworpen en het klaagschrift blijft niet-ontvankelijk. De Hoge Raad benadrukt hiermee de strikte toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent belanghebbenden en beklagprocedures bij beslag en bewaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat klaagster geen belanghebbende is in de zin van art. 552a Sv.