ECLI:NL:RBAMS:2020:5197
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding coronamaatregelen vaarverbod Oosterdok
Op 10 april 2020 heeft verdachte gevaren op het water van het Oosterdok, terwijl daar een vaarverbod gold krachtens de Noodverordening COVID-19 van 2 april 2020. De kantonrechter acht bewezen dat verdachte hiermee in strijd handelde met een algemeen voorschrift van politie.
De verdediging stelde dat verdachte niet wist dat het vaarverbod ook voor het Oosterdok gold, maar de kantonrechter oordeelde dat dit via de gemeentelijke website voldoende kenbaar was gemaakt. Daarnaast werd de vraag behandeld of de politie eerst had moeten waarschuwen voordat een boete werd opgelegd. Uit interne beleidsregels en verklaringen van de minister bleek dat er geen algemeen extern waarschuwingsbeleid bestond en dat het OM discretionair is in vervolging.
De kantonrechter concludeerde dat het beleid van minister Grapperhaus geen rechten voor burgers schept en dat de officier van justitie ontvankelijk is. Verdachte is strafbaar en er is geen rechtvaardigingsgrond. De opgelegde straf is een geldboete van €95, met een dag hechtenis als vervanging bij niet-betaling. De eerdere strafbeschikking wordt vernietigd en het vonnis is gewezen door kantonrechter C.W. Inden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €95 wegens overtreding van het vaarverbod op het Oosterdok tijdens de coronamaatregelen.