Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Vrijspraak
4.Beslag
5.Ten aanzien van de benadeelde partij
6.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Amsterdam
Een Japans bedrijf bestelde mondkapjes bij een Fins bedrijf en betaalde €146.500,- waarvan €47.500,- op de rekening van verdachte werd gestort. De mondkapjes werden echter nooit geleverd. Verdachte werd beschuldigd van oplichting, witwassen en medeplichtigheid aan valsheid in geschrifte.
De rechtbank oordeelde dat het enkel vermelden van de naam en rekeningnummer van verdachte op de valse facturen onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid bij de oplichting. Ook voor witwassen ontbraken voldoende aanknopingspunten, mede doordat verdachte een geloofwaardige verklaring gaf over de herkomst van het geld en er geen bewijs was dat hij wist dat het geld uit een misdrijf kwam.
De medeplichtigheid aan valsheid in geschrifte werd eveneens niet bewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte zijn gegevens heeft verstrekt of anderszins heeft meegewerkt aan het opmaken of gebruik van de valse facturen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en gelastte de teruggave van het in beslag genomen geld aan het benadeelde bedrijf. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering. Verdachte en benadeelde dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.