ECLI:NL:GHAMS:2021:3544

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
23-002575-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vrijspraak verdachte oplichting en vernietiging beslagbeslissing

De verdachte werd beschuldigd van oplichting, witwassen, valsheid in geschrift en gebruikmaken van een vals geschrift, omdat hij een bedrag van € 47.500 ontving van een Japanse onderneming in ruil voor mondkapjes die nooit werden geleverd. In eerste aanleg werd de verdachte integraal vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak.

Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en daarmee de vrijspraak gehandhaafd. Wel vernietigde het hof het vonnis voor wat betreft de beslissing over de in beslag genomen voorwerpen, omdat in het vonnis een onjuist IBAN-rekeningnummer van de Rabobank was vermeld waarop beslag was gelegd.

Het hof constateerde dat het in beslag genomen bedrag van € 42.314,55 volledig toebehoorde aan de vennootschap en gelastte de teruggave van dit bedrag aan de vennootschap. Voor het overige bleef het vonnis van de rechtbank ongewijzigd. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 november 2021.

Uitkomst: Vrijspraak verdachte bevestigd; beslagbeslissing vernietigd en teruggave van geldbedrag aan vennootschap gelast.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002575-20
datum uitspraak: 16 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2020 in de strafzaak onder parketnummer 81-205806-20 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1997,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
2 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing inzake de in beslaggenomen voorwerpen (AMB-011), omdat de rechtbank in het dictum van het vonnis een onjuist IBAN-rekeningnummer van Rabobank – waarop mede beslag is gelegd – heeft opgenomen. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Beslag

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 23.505,29;
  • beslag Rabobank op rekeningnummer [rekeningnummer 2], ter waarde van € 3.812,66; en
  • beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 14.996,60.
Op voornoemde rekeningen is in totaal een bedrag van € 42.314,55 in beslag genomen. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat dit geldbedrag van € 42.314,55 integraal toebehoort aan [vennootschap]. Het hof zal de teruggave van dit geldbedrag aan deze vennootschap gelasten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing inzake het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast de
teruggaveaan [vennootschap] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, voorwerpen, te weten:
  • beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 23.505,29;
  • beslag Rabobank op rekeningnummer [rekeningnummer 2], ter waarde van € 3.812,66 en
  • beslag ING Bank op rekeningnummer [rekeningnummer 1], ter waarde van € 14.996,60.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. R.D. van Heffen en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 november 2021.
=========================================================================
[…]