Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2020:5360

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2020
Publicatiedatum
5 november 2020
Zaaknummer
13/751177-20
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel wegens intrekking

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse autoriteiten. De zitting vond plaats op 16 juli 2020, waarbij de verdachte werd bijgestaan door zijn advocaat. De rechtbank verlengde de beslistermijn meerdere malen om nadere opheldering te verkrijgen over de feitomschrijving in het EAB.

Op 20 oktober 2020 werd de behandeling voortgezet, waarbij de verdachte en zijn advocaat niet in persoon verschenen. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Vervolgens bracht het Openbaar Ministerie naar voren dat zij niet-ontvankelijk verklaard moest worden, omdat het EAB door de Duitse autoriteiten was ingetrokken.

De rechtbank verklaarde daarop het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro en stelde vast dat de geschorste overleveringsdetentie was beëindigd. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot in behandeling nemen van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751177-20
RK nummer: 20/1352
Datum uitspraak: 20 oktober 2020
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet Pro (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 5 maart 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 februari 2020 door het
Amtsgericht Essen(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1983,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

Zitting 16 juli 2020
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 juli 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, advocaat te Emmeloord.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de justitiële autoriteiten van Duitsland opheldering te laten verschaffen omtrent de feitsomschrijving in het EAB.
Zitting 20 oktober 2020
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 oktober 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. J.M.M. Pater, zijn in overleg met de rechtbank niet in persoon verschenen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op voorhand, bij e-mail van 16 oktober 2020, op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ex artikel 23 OLW Pro.
Der Leitende Oberstaatsanwaltvan Essen heeft per brief van 28 augustus 2020 medegedeeld dat het EAB is ingetrokken.
De rechtbank zal het Openbaar Ministerie op grond van het bovenstaande niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4.Beslissing

VERKLAARThet Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering van 5 maart 2020 ex artikel 23 van Pro de OLW.
STELT VASTdat de geschorste overleveringsdetentie is beëindigd.
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 20 oktober 2020.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.