Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Inner London Crown Court(Verenigd Koninkrijk, hierna ook: het VK) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
warrant of arrestvan 29 juni 2020 uitgevaardigd door een rechter van
the Inner London Crown Court(referentie: T20200230).
4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 25 september 2015 in de zaak Atmani (C-463/15 PPU, ECLI:EU:C:2015:634) bepaald dat de Overleveringswet alleen de voorwaarde van (enkele) strafbaarheid naar Nederlands recht mag stellen; niet ook de voorwaarde van een strafbedreiging naar Nederlands recht met een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden. Dit betekent dat het feit in de
uitvaardigendelidstaat strafbaar moet zijn gesteld met een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden en dat het feit in
Nederlandstrafbaar moet zijn. Het verweer wordt verworpen.
‘sexual assault’(de feiten 1 en 2) een gevangenisstraf van maximaal tien jaren kan worden opgelegd.
the Court of Appealin Londen gevoegd, die zien op vergelijkbare feiten. In die uitspraken zijn vrijheidsstraffen van 18 maanden en 21 maanden opgelegd.
Temporary Liaison Prosecutor to Belgium, Ireland and the Netherlandsbij
the Crown Prosecution Service.Het onderwerp van de begeleidende e-mail is ‘
EAW [opgeëiste persoon] file reference T20200230’. In de e-mail staat onder meer de volgende tekst:
5.Gevolgen brexit voor de overleveringsprocedure
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
RO [4] (punt 58) moet worden beoordeeld of het VK een bepaling van nationaal recht kent die de essentiële inhoud van het recht op terugkeer waarborgt en die ook na het verstrijken van de overgangsperiode van kracht zal zijn. Naar de rechtbank ambtshalve bekend is, bevat de wetgeving van Engeland en Wales een recht op terugkeer voor personen die worden uitgeleverd door een niet-lidstaat van de EU (
Section 153C Extradition Act 2003). Er is verder niet gebleken van een tastbare aanwijzing dat het VK deze bepaling ten nadele van opgeëiste personen zal wijzigen.
SF [5] is geoordeeld door het Hof van Justitie, mag de duur van de in het VK opgelegde sanctie alleen worden aangepast onder de strikte voorwaarden van artikel 8, tweede lid, van Kaderbesluit 2008/909/JBZ. Dit houdt in dat een in het VK aan de opgeëiste persoon opgelegde en onherroepelijk geworden vrijheidsstraf, na zijn terugkeer in Nederland op basis van voornoemd Kaderbesluit, niet naar Nederlandse maatstaven mag worden omgezet.
hierna: het VOGP) en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (
hierna: de WOTS). Het VOGP biedt de mogelijkheid de straf naar Nederlandse maatstaven aan te passen. Aangezien kaderbesluit 2008/909/JBZ dan niet meer geldt voor het VK en het VOGP de mogelijkheid tot aanpassing van de straf biedt, kan niet worden gesteld dat de rechtspositie van de opgeëiste persoon daardoor na 31 december 2020 zal verslechteren.
Section 153C Extradition Act 2003de grondslag voor terugkeer van de opgeëiste persoon naar Nederland, in samenhang met het VOGP en de WOTS.
7.Detentieomstandigheden in het Verenigd Koninkrijk
the HM Prison & Probation Serviceonder meer de volgende informatie verstrekt:
naar alle waarschijnlijkheidzal worden gedetineerd.
the HM Prison & Probation Servicedat niet volledig is uitgesloten dat de opgeëiste persoon, in uitzonderlijke omstandigheden, zou kunnen worden overgeplaatst naar een detentie-instelling in een andere regio - en dus ook naar HMP Birmingham of Bedford - leidt niet tot een andere conclusie. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juli 2018 in de zaak ML (C-220/18 PPU) is de uitvoerende autoriteit verplicht uitsluitend de detentieomstandigheden te onderzoeken in de penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt,
naar alle waarschijnlijkheidzal worden gedetineerd.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Inner London Crown Court(het Verenigd Koninkrijk).