Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewijs
5.Bewezenverklaring
7.Motivering van de straffen
8.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
EUR 23.860. De materiële en immateriële schadevergoeding zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019, zijnde de eerste dag van de periode waarin het strafbare feit is gepleegd (14 november 2019 tot en met 30 januari 2020), tot aan de dag der algehele voldoening.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
12 (twaalf) maanden.
2 (twee) jarenvast.
EUR 23.860(drieëntwintigduizend achthonderdzestig euro).
23.86(drieëntwintigduizend achthonderdzestig euro). Ten aanzien van de materiële schadevergoeding van EUR 22.630 en de immateriële schadevergoeding van EUR 1.500, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert EUR 22.630 als vergoeding van materiële schade en EUR 1.500 als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit is bij elkaar opgeteld EUR 23.860. In de vordering is zijn de bedragen verkeerd bij elkaar opgeteld en wordt een totaalbedrag van EUR 24.130 genoemd. De rechtbank ziet dat als een kennelijke verschrijving en gaat uit van een gevorderd bedrag van EUR 22.630.’
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert EUR 22.630 als vergoeding van materiële schade en EUR 1.500 als vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit is bij elkaar opgeteld EUR 24.130.’
EUR 24.130(vierentwintigduizend honderddertig euro).